Als jong figuratief schilder aarzelt Michal Lukasiewicz niet om
tegen de stroom in te gaan. Hij speelt met het academisme zonder zich eraan
te onderwerpen en belicht de naaktheid van de vrouw, haar figuren, haar
vormen en haar ledematen met hartelijke subtiliteit en grote
terughoudendheid.
Zijn personages ademen tot in de kleinste details zachtheid en rustige
kracht uit, evenals een gamma aan gevoelens gaande van perplexiteit tot
twijfel, van vertrouwen tot bangheid, van tederheid tot zelfverzekerdheid.
Hoe ver staat men niet van de onpersoonlijk gezichten, koud en doods van
verveling van de gebruikelijke modellen!
Een frisse cascade aan prikkelingen komt op de bezoeker af en wekt bij hem
een waaier aan ongewone artistieke emoties op. Bent u op zoek naar enige
verwantschap met deze verleidelijke gezichten in de wereld van de
schilderkunst? Waarom? Elke kunstenaar verrijkt zich doorheen het geheel
van zijn voorgangers; wat niet betekent dat zijn creaties erop lijken.
Maar een verre verwantschap? Denk dan aan de onschuldige trekken, dromerig
en onrustig, maar innig en zachtjes provocerend van de Gioconda van het
noorden, “het meisje met de parel” van de fascinerende Jan Vermeer, met wie
Michal Lukasiewicz waarschijnlijk de liefde voor de vrouw deelt.
In eerste instantie laat men zich beïnvloeden door –kortweg- de
noordelijke cultuur van de kunstenaar. Vervolgens, zonder de Vlaamse
invloeden in zijn werk te verloochenen, wordt men gewaar dat het eveneens
verwantschap vertoont met wat Leonardo da Vinci tekende, de bevrijding van
het vrouwelijke lichaam, met de directe expressiviteit van de gezichte er
bovenop. Naast het lucide oog van de schilder, werpt de jonge kunstenaar
een authentieke verliefde blik op zijn model waarvan hij de gevoelens met
oneindige tederheid en warme sensualiteit blootlegt. Zijn erg strikt
academisch tekenen wordt tezelfdertijd verzacht én versterkt door
pasteltonen, sfumati, chiaroscuro’s, alsook door een netwerk aan fijne
vlekken, strepen en krasjes. Deze techniek accentueert het reliëf van het
werk en resulteert in een vaporeuze en zinnelijke diepte aan de gezichten
en lichamen die de schilder vangt, voorstelt en ons aanbiedt.
Haast al zijn werken zijn uitgevoerd in acrylverf. De tinten die hij
verkiest bestrijken het gans palet in gebroken wit, okers, sienna, roze
grijzen, hier en daar versterkt door enkele zeldzame gekleurde vlekken.
Zijn schilderkunst is met andere woorden uiterst sober, quasi monochroom
en niets, zelfs niet de sensualiteit van de ontblote lichamen, verstoort de
spiritualiteit van een oog zo zuiver als bergmeren, of de tederheid die
gesloten oogleden en poses van overgave in ons opwekken.
Men ervaart met een haast pijnlijke intensiteit, dat de vrouw, volgens
Lukasiewicz, ons bovenal aankijkt en als het ware tot blik verwordt. Deze
schijnbaar naïeve maar lucide ogen soms ironisch of sceptisch, werpen op
ons een onderzoekende blik alsof zij hun ziel aanreiken en onze ziel in
zich opnemen, of draaien van ons weg om ons beter uit te nodigen naar een
geheimzinnig hiernamaals, vormen het dominante element van zijn kunst. Bij
wijlen sluiten deze vensters van de ziel zich of verdwijnen zij vol schroom
om het doek over te laten aan een rug, een nek of aan een heel lichaam. En
dat houdt nieuwe suggesties in dankzij poses van een expressieve eenvoud,
zo wervelend van leven dat de voluptueuze verstilling van het model u
tezelfdertijd bijkomstig lijkt en schijnbaar deel van uzelf wordt,
eigenlijk het best van uzelf.
Giulio-Enrico Pisani